Nieuwe generaties, nieuwe perspectieven: Toezicht op een kantelpunt
Ervaring is waardevol. Maar wanneer wordt ervaring een vooroordeel? Die vraag hing als een rode draad boven het symposium van ITGD, dat dit jaar plaatsvond in het duurzame hoofdkantoor van de Postcode Loterij in Amsterdam.
In het auditorium verzamelde zich een groot gezelschap van zo’n zestig toezichthouders, vijftig directeuren en tientallen andere betrokkenen uit de filantropische sector. Mensen van allerlei generaties die deze dag vooral werden uitgedaagd om voorbij hun eigen vertrouwde perspectief te kijken. Gastheer Jonne Arnoldussen, Managing Director Postcode Loterij en VriendenLoterij, zette meteen de toon en benadrukte het belang dat zijn organisatie hecht aan professioneel intern toezicht. Waar toezichthouders vaak worden gezien als de rem op verandering, ziet hij juist een gezamenlijke verantwoordelijkheid om vernieuwing mogelijk te maken. Toezicht, zo klonk het, is geen parkeerrem maar een stuurmechanisme. Sinds kort laat de organisatie professioneel intern toezicht en aansluiting bij ITGD meewegen bij de beoordeling van haar Meerjarige Partners.
Onder de energieke leiding van moderator Lotte Schipper draaide het congres om één centrale vraag: hoe blijft toezicht relevant in een tijd van AI, maatschappelijke polarisatie, nieuwe generaties en toenemende verwachtingen over impact?
Het probleem van de perfecte kandidaat
Eerste spreker was ITGD-bestuurslid en penningmeester Jan Sebel. Hij schetste het profiel van een toezichthouder van de toekomst: een 33-jarige IT-specialist met kennis van social media en cybersecurity. Maar waarom zitten zulke mensen nog zo weinig in Raden van Toezicht? “Omdat we blijven zoeken naar ervaring,” stelde Sebel vast. “Als je die nog niet hebt, val je vaak meteen af.”
Volgens hem houden Raden van Toezicht zichzelf daarmee gevangen in een paradox. Iedereen zegt vóór verjonging te zijn, maar ondertussen zoeken organisaties vooral naar kandidaten die lijken op de mensen die er al zitten. “Het liefst een soort tweelingbroer of tweelingzus.” Zijn pleidooi: minder nadruk op bestuurlijke vlieguren en meer aandacht voor potentieel. “Je kunt toezichthouders ook leren toezichthouder te worden.”
Juist in een tijd waarin digitalisering, cyberveiligheid en kunstmatige intelligentie steeds bepalender worden, ziet hij een groeiende kloof tussen de expertise die nodig is en de expertise die aanwezig is. “Zodra onderwerpen als IT of cybersecurity op tafel komen, wenden veel toezichthouders hun blik af.” Over vijf jaar hoopt Sebel op raden die de samenleving beter weerspiegelen. Diverser qua leeftijd, achtergrond en expertise. Met digitale kennis niet als nice-to-have, maar als vanzelfsprekend onderdeel van goed toezicht.
Toezicht begint met een wijksafari
Dat nieuwe perspectief kreeg een gezicht in de persoon van Hakan Koçak, toezichthouder bij TivoliVredenburg en uitgeroepen tot Jonge Toezichthouder van het Jaar 2025. Koçak gelooft niet in afstandelijk toezicht vanaf de zijlijn. Toen hij begon bij TivoliVredenburg nam hij de directie mee op wat hij zelf een ‘wijksafari’ noemt. Door de buurten waar hij opgroeide, langs plekken waar culturele instellingen vaak nauwelijks zichtbaar zijn. “Je kunt heel slimme vragen stellen,” zei hij. “Maar soms moet je eerst laten zien wie je bent.” Dat typeert zijn visie op toezicht: persoonlijk en verbindend. Volgens Koçak wordt diversiteit nog te vaak beperkt tot leeftijd, gender of afkomst. Minstens zo belangrijk is diversiteit van expertise. “Diversiteit is eigenlijk goed risicomanagement.”
Zijn meest prikkelende observatie ging over de toekomst van toezicht in een AI-tijdperk. Waar technologie steeds beter wordt in analyseren, voorspellen en samenvatten, verschuift volgens hem de menselijke opdracht. “AI kan straks informatie verwerken. Wij moeten meer mens zijn.” Meer nabijheid organiseren zonder de bestuurlijke rol over te nemen. Meer getuige zijn van wat er speelt en meer verbinding maken.
De mastodont en de vernieuwers
Eén van de hoogtepunten van de middag was het gesprek tussen Alexander Rinnooy Kan en Kim Broersen. De eerste omschreef zichzelf met gevoel voor zelfspot als ‘mastodont’; de tweede vertegenwoordigt een nieuwe generatie toezichthouders die via organisaties als Blikverruimers hun weg naar de bestuurskamer vindt. Rinnooy Kan bracht bijna een halve eeuw bestuurlijke ervaring mee. Hij zag Raden van Toezicht veranderen onder invloed van regelgeving, publieke zichtbaarheid en toenemende maatschappelijke druk.
“Er staat meer op het spel dan vroeger,” constateerde hij. “De functie is zwaarder geworden, maar ook betekenisvoller.” Toch waarschuwde hij tegen het verheerlijken van ervaring. “Ervaring wordt misschien overschat.” Want ervaring helpt weliswaar patronen herkennen, maar kan ook blind maken voor veranderingen. Juist daarom zijn jonge toezichthouders belangrijk. Hun onbevangenheid doorbreekt vanzelfsprekendheden waar ervaren bestuurders soms niet eens meer bij stilstaan.
Broersen sloot daar naadloos op aan. Vanuit haar rol als toezichthouder bij Greenpeace Nederland pleitte zij voor gelijkwaardigheid tussen generaties. “Het gaat niet om gehoord worden omdat je jong bent,” zei ze. “Het gaat erom gelijkwaardig deel te nemen aan het gesprek.” Volgens haar kijkt een jongere generatie minder naar het behoud van bestaande structuren en meer naar wat nodig is voor de toekomst. Dat maakt intergenerationele samenwerking geen sympathiek diversiteitsproject, maar een strategische noodzaak.
Meer dan leeftijd
Ook Nynke Runia, bestuurslid van ITGD, kent die dynamiek uit eigen ervaring. Zij kreeg haar eerste toezichthoudende functie al op haar 24e en weet hoe uitzonderlijk dat nog steeds is. “Ik ontmoet nog altijd weinig mensen die op jonge leeftijd die kans krijgen.” Maar het congres ging nadrukkelijk over meer dan leeftijd alleen. Diversiteit werd gedurende de dag steeds breder gedefinieerd: als verschil in levensloop, ervaring, expertise, perspectief en maatschappelijke context. De vraag was niet hoe jonger toezicht eruitziet. De vraag was hoe beter toezicht eruitziet.
Belangrijkste les
Aan het einde van de middag kwam steeds dezelfde gedachte terug. Goed toezicht gaat uiteindelijk niet over leeftijd. Niet over ervaring. Zelfs niet over expertise. Het gaat over de bereidheid om nieuwsgierig te blijven. Rinnooy Kan formuleerde het misschien wel het mooist. Zijn advies aan de volgende generatie toezichthouders: behoud je onbevangenheid. En laat je niet meeslepen door de waan van de dag.
Terwijl de laatste gesprekken zich verplaatsten naar de foyer, keken de aanwezigen terug. De sector was breed vertegenwoordigd en de discussie had precies opgeleverd waar het congres voor bedoeld was: beweging. En dat is nodig. Want verjonging en diversiteit zijn geen luxe. Ze zijn een voorwaarde om toezicht toekomstbestendig te maken. Misschien was dat wel de meest verrassende conclusie van de dag. Dat de tegenstelling tussen jong en oud uiteindelijk veel kleiner bleek dan gedacht. De jonge toezichthouders willen ervaring. De ervaren toezichthouders willen vernieuwing. En ergens tussen die twee verlangens ligt de Raad van Toezicht van de toekomst.
Door Floris Kappelle (senior business writer Wereld van Filantropie), juni 2026