Toezicht in een veranderend beleidslandschap
Inleiding
De filantropische sector vormt een wezenlijk onderdeel van het Nederlandse maatschappelijk middenveld. Goede doelen, (vermogens)fondsen en corporate foundations leveren dagelijks een bijdrage aan publieke waarde: zij versterken sociale cohesie, ondersteunen kwetsbare groepen, stimuleren innovatie en vullen – soms kritisch, soms aanvullend – het handelen van overheid en markt aan. Juist in tijden van grote maatschappelijke transities wordt deze rol zichtbaarder én belangrijker.
Het coalitieakkoord 2026–2030 van D66, VVD en CDA schetst een beleidsagenda waarin samenwerking met maatschappelijke organisaties expliciet wordt benadrukt. Tegelijkertijd kondigt het akkoord ingrijpende veranderingen aan op het gebied van governance, toezicht, regeldruk, transparantie en verantwoording. Dat raakt de filantropische sector direct. Voor interne toezichthouders – raden van toezicht en besturen met toezichthoudende taken – roept dit vragen op over rolopvatting, verantwoordelijkheid en strategisch handelen.
Dit artikel verkent de kansen en uitdagingen die uit het coalitieakkoord voortvloeien voor de filantropische sector, met een expliciete focus op de rol van intern toezicht. Daarbij staat het maatschappelijk belang van filantropie centraal als publieke actor met legitimiteit, invloed en verantwoordelijkheid.
Filantropie in een herwaardering van het maatschappelijk middenveld
Een opvallend element in het coalitieakkoord is de herwaardering van samenwerking met maatschappelijke organisaties. Het akkoord spreekt expliciet over het herstellen van de relatie tussen overheid, ‘de polder’ en maatschappelijke organisaties, en erkent het maatschappelijk middenveld als schakel tussen overheid, burgers en bedrijfsleven. Voor de filantropische sector is dit een belangrijke erkenning.
Deze positionering biedt kansen:
Filantropische organisaties worden nadrukkelijker gezien als gesprekspartner bij beleidsvorming en uitvoering.
Er ontstaat ruimte voor co-creatie, experimenten en innovatieve oplossingen voor complexe maatschappelijke vraagstukken.
De legitimiteit van filantropie als publieke actor wordt versterkt.
Tegelijkertijd brengt deze herwaardering ook spanning met zich mee. Wie dichter bij beleid en uitvoering staat, komt ook dichter bij politieke afwegingen, publieke verantwoording en maatschappelijke kritiek. De sector kan niet langer uitsluitend opereren vanuit autonomie en goede intenties; zij wordt aangesproken op effectiviteit, transparantie en governance.
Voor interne toezichthouders betekent dit dat zij niet alleen moeten toezien op de interne organisatie, maar ook op de maatschappelijke positionering van hun organisatie. De vraag is niet langer alleen: doen we de dingen goed? Maar ook: doen we de goede dingen, en worden we door de samenleving als legitiem ervaren?
Minder regeldruk, meer verantwoordelijkheid
Het coalitieakkoord bevat een duidelijke ambitie om regeldruk te verminderen, onder meer voor verenigingen en vrijwilligersorganisaties. Aansprakelijkheidsrisico’s voor vrijwilligers worden beperkt en er wordt onderscheid gemaakt tussen professionele organisaties en maatschappelijke verenigingen. Ook blijft het fiscale klimaat voor giften aantrekkelijk. Voor de filantropische sector zijn dit positieve signalen. Minder administratieve lasten en duidelijkere kaders kunnen ruimte scheppen voor inhoudelijk werk en maatschappelijke impact. Toch is het beeld niet eenduidig.
Parallel aan deregulering zien we een beweging naar:
Meer nadruk op transparantie en verantwoording.
Strengere eisen aan governance en toezicht (o.a. via doorontwikkeling van de WBTR, Wet bestuur en toezicht rechtspersonen).
Grotere publieke en politieke aandacht voor integriteit, belangenverstrengeling en legitimiteit.
Dit vraagt om volwassen intern toezicht. Toezichthouders moeten voorkomen dat deregulering leidt tot verslapping van normen, terwijl zij tegelijkertijd waken voor overmatige bureaucratisering binnen de eigen organisatie. Het vermogen om proportioneel toezicht te houden – passend bij omvang, risico’s en maatschappelijke rol – wordt een kerncompetentie.
Transparantie, vertrouwen en de ‘menselijke maat’
Een rode draad in het coalitieakkoord is het herstel van vertrouwen in instituties. Transparantie en begrijpelijke communicatie worden genoemd als fundamenten van een betrouwbare overheid. Hoewel deze passages primair op de overheid zijn gericht, resoneren zij sterk binnen de filantropische sector. Ook filantropische organisaties opereren met publiek vertrouwen als belangrijkste kapitaal. Schandalen, onduidelijke bestedingen of ondoorzichtige besluitvorming kunnen dat vertrouwen snel ondermijnen – niet alleen voor één organisatie, maar voor de sector als geheel.
Voor intern toezichthouders betekent dit:
Aandacht voor heldere verantwoording over doelen, keuzes en resultaten.
Toezien op begrijpelijke en eerlijke communicatie naar donateurs, begunstigden en samenleving.
Bewaken van de menselijke maat in beleid en uitvoering, juist wanneer organisaties professionaliseren en opschalen.
Het maatschappelijke belang van filantropie vraagt om meer dan compliance. Het vraagt om normatief toezicht: een voortdurende reflectie op waarden, bedoelingen en effecten.
Filantropie en democratische weerbaarheid
Het coalitieakkoord besteedt veel aandacht aan de versterking van de democratische rechtsstaat en het democratisch ethos in de samenleving. Toezichthouders en inspecties moeten beter worden toegerust; checks and balances worden versterkt.
Filantropische organisaties spelen in dit krachtenveld een dubbelrol. Enerzijds dragen zij bij aan democratische vitaliteit door burgerschap, participatie, inclusie en maatschappelijke dialoog te stimuleren. Anderzijds opereren zij buiten het directe democratische mandaat, wat vragen oproept over macht en invloed.
Intern toezicht krijgt hier een expliciete publieke dimensie. Toezichthouders moeten zich rekenschap geven van vragen als:
In hoeverre beïnvloeden wij maatschappelijke of politieke agenda’s?
Is onze besluitvorming voldoende transparant en verantwoord?
Hoe verhouden onze private middelen zich tot publieke belangen?
Een volwassen toezichthoudende rol betekent dat deze vragen niet defensief, maar open en expliciet worden besproken.
Samenwerking met overheid en andere partners
Het coalitieakkoord zet sterk in op samenwerking: tussen overheden onderling, tussen overheid en maatschappelijke organisaties en tussen publieke en private partijen. Voor filantropie biedt dit kansen om schaal te vergroten en impact te versterken.
Maar samenwerking met de overheid brengt ook risico’s:
Instrumentalisering: filantropie als goedkope uitvoerder van overheidsbeleid.
Afhankelijkheid: verlies van autonomie door structurele financieringsrelaties.
Rolonduidelijkheid: wanneer is een organisatie partner, wanneer criticus?
Intern toezichthouders spelen een cruciale rol in het bewaken van deze grenzen. Zij moeten strategische keuzes toetsen op lange termijn effecten voor missie, onafhankelijkheid en legitimiteit. Dit vraagt om toezicht dat niet alleen terugkijkt, maar ook vooruitdenkt.
Digitalisering, data en ethiek
Het akkoord onderstreept de ambitie om Nederland koploper te maken in digitalisering en verantwoord datagebruik. Ook filantropische organisaties maken in toenemende mate gebruik van data, algoritmen en digitale platforms.
Dit roept nieuwe toezichtsvragen op:
Hoe gaan we om met privacy en dataveiligheid, zeker bij kwetsbare doelgroepen?
Zijn digitale toepassingen in lijn met onze waarden?
Beschikken bestuur en toezicht over voldoende kennis om risico’s te overzien?
De maatschappelijke legitimiteit van filantropie kan snel worden aangetast als technologische innovatie niet gepaard gaat met ethische reflectie. Toezichthouders moeten hier actief richting geven, bijvoorbeeld door expertise toe te voegen of periodieke ethische evaluaties te agenderen.
Conclusie
Het coalitieakkoord 2026–2030 schetst een Nederland waarin overheid, samenleving en markt nauwer met elkaar verbonden zijn. Voor de filantropische sector biedt dit interessante kansen om haar maatschappelijke betekenis te vergroten. Tegelijkertijd nemen de verwachtingen toe: op het gebied van governance, transparantie, effectiviteit en democratische inbedding.
Intern toezichthouders staan daarbij op een cruciaal kruispunt. Zij bewaken niet alleen de continuïteit en integriteit van individuele organisaties, maar dragen indirect bij aan het vertrouwen in de sector als geheel. Door het maatschappelijk belang van filantropie expliciet mee te wegen in toezicht en besluitvorming, kunnen zij een sleutelrol spelen in het versterken van een weerbaar, betrokken en rechtvaardig Nederland. Alles overziend zet de verschuiving van de rol van intern toezichthouders in de filantropische sector door: van een focus op financiële rechtmatigheid en bestuurlijke controle naar een bredere rol waarin ook maatschappelijke betekenis, publieke legitimiteit en lange termijn waarde centraal staan. Dit vraagt om andere competenties, diversiteit in samenstelling en een voortdurende reflectie op het eigen functioneren.
Gemaakt door Nynke Runia, februari 2026