Integriteit bespreekbaar maken: het gesprek tussen bestuur of RvT en de directeur
Het jaarverslag ligt op tafel. In de paragraaf over integriteit staat één zin: "In het verslagjaar zijn geen meldingen ontvangen." Iedereen knikt en gaat door naar de jaarrekening.
Die zin zegt minder dan hij lijkt. ITGD wijst erop dat het toezichthoudend orgaan juist aan het aantal en de aard van de meldingen kan aflezen of het meldpunt goed functioneert.[1] Ook volgens de Handreiking Integriteitssysteem van Goede Doelen Nederland en Partos wijst het uitblijven van meldingen er vaak op dat de meldkanalen niet bekend zijn of niet worden vertrouwd. Wat als goed nieuws wordt gelezen, betekent dan vooral dat er geen zicht is op wat er in de organisatie gebeurt.[2] Een bestuur of RvT dat verder wil kijken dan die ene zin, voert het gesprek over integriteit voordat er iets aan de hand is. Dat vraagt een andere houding dan het afvinken van regelingen.
In dit artikel schrijven we kortheidshalve 'de RvT' of 'bestuur of RvT', maar bedoelen we steeds het orgaan dat bij uw organisatie toezicht houdt op de directie of het uitvoerend bestuur.
Wie draagt wat
De normen van de Erkenningsregeling zijn per 1 januari 2025 aangescherpt en per 1 januari 2026 op onderdelen bijgesteld.[1] Integriteit heeft daarin een eigen hoofdstuk. De normen onderscheiden drie vormen van niet-integer gedrag: machtsmisbruik, financiële misstanden en interpersoonlijke schendingen. Goede doelen in de categorieën D en E moeten een schriftelijk integriteitsbeleid en een gedragscode hebben, de verantwoordelijkheid voor het beleid beleggen en het beleid periodiek evalueren. Ze hebben een meldpunt waar iedereen veilig, vertrouwelijk en laagdrempelig kan melden, en ze leggen vast hoe meldingen worden onderzocht en opgevolgd. In het jaarverslag staan het aantal en de aard van de meldingen en hoe die zijn afgehandeld.[1] Voor kleinere goede doelen gelden deze eisen deels als ontwikkelpunt. Daarnaast verplicht de Wet bescherming klokkenluiders werkgevers met vijftig of meer werknemers tot een interne meldprocedure.[3]
De uitvoering ligt bij de directeur. Bestuur of RvT keurt het integriteitsbeleid goed, ziet toe op de naleving en kijkt mee bij de evaluatie.[1] Of de stukken bestaan, stelt u in een paar minuten vast. Of ze werken, is een andere vraag.
Het gesprek voeren
Een goed gesprek over integriteit gaat over de praktijk van uw eigen organisatie. Vragen die bestuur of RvT aan de directeur kan stellen:
Waar is onze organisatie kwetsbaar? De handreiking van Goede Doelen Nederland en Partos noemt als voorbeelden het omgaan met contant geld, projecten ver van het kantoor, functies die in een kleine organisatie niet goed te scheiden zijn en een grote afhankelijkheid van specifieke relaties.[2] De normen vragen goede doelen deze risico's zelf te benoemen en vast te leggen.[1]
Hoe weet u dat medewerkers en vrijwilligers het meldpunt kennen? En vertrouwen ze het ook?
Welke lastige afweging heeft u het afgelopen jaar gemaakt, waarbij het doel en de middelen met elkaar schuurden?
Wat zou u ons vertellen als u wist dat het volgende week in de krant stond?
De derde vraag raakt aan iets wat in onze sector speelt. Organisaties met een sterke missie lopen het risico dat die missie zo zwaar gaat wegen dat andere belangen ondersneeuwen. De handreiking van Goede Doelen Nederland en Partos noemt dit mission overdrive.[2] De normen vragen goede doelen in de categorieën D en E om ten minste jaarlijks de morele dilemma's te benoemen die voor hen relevant zijn, en daar met medewerkers en vrijwilligers op te reflecteren. Dit is voorlopig een ontwikkelpunt.[1] Bestuur of RvT kan vragen welke dilemma's dat waren en wat de organisatie ervan heeft geleerd.
Hebben toezichthouders ook oog voor de zachte kant. Is er een open aanspreekcultuur? Geeft de leiding het goede voorbeeld? Kunnen dilemma's op tafel komen? Dat geldt evengoed voor bestuur of RvT zelf, want de manier waarop zij met de directeur omgaan, werkt door in de rest van de organisatie.[1] Wie openheid vraagt, moet die ook laten zien. Een bestuurder of toezichthouder met een tegenstrijdig belang neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming over dat onderwerp.[1][4] Het advies is om bij elke vergadering na te gaan of er bij een agendapunt tegenstrijdige belangen kunnen spelen.
Verschillende rollen binnen bestuur en toezicht
Integriteit is een taak van het hele bestuur of de hele RvT. Toch kijken de voorzitter en de auditcommissie — of, waar die er niet is, de penningmeester of de financiële commissie — elk vanuit een eigen positie, en verschilt hun rol van die van de directeur.
De voorzitter is in de praktijk vaak het eerste aanspreekpunt van de directeur. Bij een mogelijk tegenstrijdig belang van een bestuurder of toezichthouder is de voorzitter ook het formele meldpunt: hij of zij brengt het in bij het voltallige bestuur of de RvT, die vervolgens beslist.[1] De rol verandert wezenlijk zodra een melding over de directeur zelf gaat. Bestuur of RvT krijgt dan een actieve rol: het ontvangt het advies van de integriteitsfunctionaris, de uitkomsten van een eventueel onderzoek en juridisch advies, en neemt zelf de besluiten. Volgens de handreiking van Goede Doelen Nederland en Partos neemt de voorzitter in die situatie de communicatie binnen en buiten de organisatie op zich.[2] Let daarbij wel op het bestuursmodel: in het RvT-model is de voorzitter van de RvT niet bevoegd de organisatie te vertegenwoordigen, terwijl in het bestuur-met-directiemodel het bestuur zelf dat wel is.[1] Spreek daarom vooraf af wie in zo'n situatie namens de organisatie het woord voert. Ga ook na of uw meldregeling een route kent waarlangs een melding over de directeur buiten de directeur om bij bestuur of RvT terechtkomt.
De auditcommissie, of bij kleinere organisaties de penningmeester of de financiële commissie, kijkt vooral naar de financiële kant. Onder financiële misstanden vallen volgens de normen niet alleen fraude en diefstal, maar ook oneigenlijk gebruik van middelen en vermogensbeheer dat in strijd is met de missie. Deze commissie of functionaris bereidt belangrijke financiële besluiten voor bestuur of RvT voor.[1] Het advies is om jaarlijks een overleg met de accountant te houden zonder de directeur erbij, zodat ook gevoelige onderwerpen aan bod kunnen komen. In kleinere organisaties zonder aparte auditcommissie is dit bij uitstek een moment voor de penningmeester om dat gesprek zelf te voeren. Het is een goed moment om naar integriteitsrisico's te vragen, bijvoorbeeld naar de toepassing van het vierogenprincipe bij betalingen.[1] Signalen uit audits en interne controles tellen ook als meldingen. Ze horen bij de integriteitsfunctionaris terecht te komen, zodat er één overzicht van schendingen ontstaat.[2]
De directeur blijft eigenaar van het integriteitssysteem en neemt de besluiten over onderzoek en maatregelen.[2] Bestuur of RvT neemt die rol niet over, ook niet als het zich zorgen maakt. Wel is bestuur of RvT werkgever van de directeur en voert het de functionerings- en beoordelingsgesprekken.[1] Daar past de vraag hoe de directeur integriteit in de organisatie uitdraagt.
Als het toch misgaat
Een melding van niet-integer gedrag is een teken dat het meldpunt werkt. Ook het CBF kijkt vooral naar de reactie van de organisatie. Een erkend goed doel moet het CBF direct informeren als er aanwijzingen zijn voor ernstig grensoverschrijdend gedrag dat het publieksvertrouwen kan schaden. Dat gebeurt via het integriteitsmeldpunt van het CBF. De erkenning komt in gevaar als de organisatie niet of onvoldoende voortvarend optreedt.[5] Bestuur of RvT ziet er daarom op toe dat ernstige meldingen direct bij hem of haar terechtkomen.[1]
Op zo'n moment heeft bestuur of RvT nog een taak: de neiging tot snel en hard ingrijpen afremmen. De handreiking van Goede Doelen Nederland en Partos waarschuwt voor wat zij de repressieve reflex noemt, waarbij zero tolerance uitmondt in ontslag zonder zorgvuldig onderzoek. Medewerkers merken dat op. Ze melden minder en werken minder mee aan onderzoek, waardoor schendingen op termijn juist toenemen.[2] Zero tolerance betekent volgens de handreiking iets anders: schendingen niet gedogen, alle meldingen opvolgen en pas na zorgvuldig onderzoek een passende straf opleggen.
Een eerste stap
Zet integriteit één keer per jaar als apart punt op de agenda, los van de bespreking van het jaarverslag. Vraag de directeur dan niet om een overzicht van regelingen, maar om één concrete casus uit het afgelopen jaar: een melding, een twijfelgeval of een lastige afweging. Het gesprek daarover vertelt bestuur of RvT meer over de cultuur in de organisatie dan een rapportage.
Bronnen
1. ITGD (september 2026). Professioneel intern toezicht: van normen naar de praktijk. Handreiking voor toezichthouders van filantropische organisaties. www.itgd.nl
2. Goede Doelen Nederland, Partos en Governance & Integrity (november 2022). Handreiking Integriteitssysteem. https://goededoelennederland.nl/downloads/Integriteit/2211-GDN-Partos-Handreiking-Integriteitssyteem-DIGITAAL.pdf
3. Wet bescherming klokkenluiders, in werking sinds 18 februari 2023. https://wetten.overheid.nl/BWBR0037852 Toelichting: AWVN, Wet bescherming klokkenluiders: nu al aan de slag. https://www.awvn.nl/nieuws/wet-bescherming-klokkenluiders/
4. Burgerlijk Wetboek Boek 2, artikel 2:291 lid 6 (bestuur stichting) en artikel 2:292a lid 7 (toezichthoudend orgaan stichting). https://wetten.overheid.nl/BWBR0003045
5. CBF (2025). Reglement CBF-Erkenning Goededoelenorganisaties, ingangsdatum 1 januari 2025, artikel 14 lid 3 onder c en artikel 23 lid 5 en 6; meldingsformulier in bijlage 4. https://cbf.nl/relevante-documenten/reglement-cbf-erkenning-goede-doelen-dd-1-januari-2025
6. De actuele normensets per categorie staan op https://commissienormstelling.nl/normen
Gemaakt door Nynke Runia, oktober 2026